Hoofdstuk 1 - Beer, § 8

Dag dagboek,

Ach… Ik moet je wat bekennen.
Soms word ik midden in de nacht wakker. Ik woel dan een beetje, maar kan de slaap nooit opnieuw vatten.

Aan het haardvuur

Eén keer ben ik zachtjes naar Beer toe geslopen. Hij had zich zoals altijd opgekruld aan het haardvuur, dat nog lichtjes smeulde. De vacht van Beer was doordrongen met de geur van verbrand dennehout. Ik haalde mijn hand zachtjes door zijn pels, snoof de lucht diep in, vlijde me voorzichtig tegen hem aan en voelde me al snel heel slaperig worden…

Aan het haardvuur

tot Raaf me plots met een stevige tik aanspoorde om terug naar mijn eigen bed te gaan.
Wat is er met me aan de hand?

Slaapzacht,
Snow


Voetnoot van Raaf:
Kraa, kra, kraaaa Snow… In je eigen bedkraa jij kraaakra, tik, tik, tik.

Concept/Art/Story by Debbie Lavreys