Hoofdstuk 1 - Beer, § 2

Liefste dagboek,

Wat een opwindende dag was het vandaag. Snow en ik waren net een kop thee aan het drinken, toen er plots op de deur werd gebonsd. “Gauw Rose,” zei Snow, “ga eens open doen, het zal een reiziger zijn die de weg kwijt is.” Snel gooide ik de grendel om en zwaaide de deur open.

Bear - Een pad door het bos

Pal voor mijn neus stond een grote, angstaanjagende beer. Hij strekte zijn dikke zwarte poten gulzig naar binnen. Ik gilde zo hard ik kon en zocht snel een plek om me te verstoppen; Raaf kraaide het uit en Vos rende heen en weer. Snow kon nog net onder het bed duiken. Iedereen verstomde… Na enkele seconden oorverdovende stilte klonk er opeens een bulderend gelach doorheen de kamer: “Grrrrhahahaha, meiden toch! Vrees maar niet, ik zal jullie niet opeten. Ik zag rook uit jullie schoorsteen komen, en ik hoopte me hier wat te kunnen verwarmen.”

Bear - Het is koud buiten Bear - De voetstappen van Beer

Aarzelend kwamen we uit onze schuilplaatsen om de beer van naderbij te bekijken. Op het tweede zicht zag hij er best wel aardig uit, en dus besloten we hem binnen te laten. Hij bukte zich om zijn hoofd niet te stoten aan de deur, stapte binnen en vroeg ons of we de koude sneeuw uit zijn vacht wilden kloppen. Snow snelde naar de schuur en kwam terug met een bezem. Samen borstelden we zijn vacht schoon. Tevreden vlijde hij zich neer voor de open haard. Pas toen onze bezoeker in slaap gevallen was, durfden Raaf en Vos eindelijk hun schuilplaatsen te verlaten om hem van dichtbij te keuren. Niet lang daarna lagen Vos en Raaf al naast hun nieuwe vriend te ronken. Snow maakte nog enkele schetsen van de slapende dierenbende en doezelde toen ook in.

En ik? Ik kan de slaap niet vatten. Mijn hoofd vult zich met vragen. Wie is die beer? Waar komt hij vandaan? …

Slaapwel dagboek,
Rose


Voetnoot van Vos:
Keeeef, keeef, kaieeeet een enge beer, blaf, kef… oe mijn staart, grrrrrrrrrrrr…

Concept/Art/Story by Debbie Lavreys