Hoofstuk 2 - Vergeet-mij-niet, § 3

Het was een aangenaam warme lentedag geworden, maar nu begon de zon te zakken. Een merel zette zich op een hoge tak en begon aan zijn melancholische lied. Vos en Raaf keerden terug naar huis nadat ze het grootste deel van de dag al ravottend hadden doorgebracht in het bos. “Kraa kraa kraaaaa”. De kreet van Raaf weerklinkt vanuit de zolder. De meiden schrikken op en lopen zo snel mogelijk naar de bron van het kabaal. Daar vinden ze Raaf nabij het open zolderraampje, spartelend en flapperend met zijn vleugels, gehuld in spinnenweb. Als er iets is dat Raaf niet leuk vindt, dan zijn het die kleverige, vieze draadjes waar die akelige beestjes in rondkruipen; de gedachte aan die griezelige kruipertjes alleen al doet Raaf bijna flauwvallen. “Hou vol Raafje”, zegt Snow, “We halen dat stugge rag snel van je af!”

Samen met Rose plukt ze de slierten web uit zijn veren. Onder zijn vleugel vindt Snow een coconnetje, volledig gewikkeld in web. “Wat zou daar inzitten?”, vraagt ze zich hardop af. “Haal het web er eens af”, zegt Rose, “dan kunnen we het beter bekijken”. De aandacht van Snow en Rose richt zich nu volledig op het propje spinrag. Raaf schudt dan maar de laatste restjes spinrag van zich af: “Prrrrt brrrr brrrr” gaan zijn veren.

Forget-me-not

“Het is een popje!”, roepen de meiden in koor. Ze hebben geen idee of het een popje is van een vlinder of iets anders. Raaf ziet aan het vensterbankje nog zo’n raar dingetje hangen. Hij huppelt ernaartoe, neemt het voorzichtig in zijn bek en geeft het aan Rose. “Het zijn er twee”, zegt ze verbaasd. “We kunnen ze hier niet achterlaten bij die dikke spinnen Rose”, zegt Snow, “Laten we ze meenemen naar beneden en ze veilig bij de kruiden leggen”.

Enkele dagen later worden de meiden gewekt door het geblaf van Vos. “Af Vos”, bromt Snow terwijl ze nog half slapend de keuken binnenstrompelt. “Moet dat echt Vos…, zo vroeg?”, geeuwt Rose. Enkele schaduwen vallen binnen door het open raam. Vos blaft nog een keer. “Vo-hos, hou op!”, roept Rose. Snow steekt haar hoofd naar buiten door het raam. Ze hoort nu duidelijk zacht gekwetter en gekir. “De musjes, ze zijn uitgevlogen!”, roept Snow blij. Ze lopen snel naar buiten, gevolgd door Vos en Raaf. Daar zien ze de twee musjes; eentje zit op het nest en de andere is hogerop gefladderd tot op het hoogste puntje van het dak. “Oh, zo lief”, zeggen ze in koor.

Forget-me-not

Alsof het allemaal nog niet mooi genoeg is, fladderen er plots twee prachtige motjes uit het keukenraam. “De popjes…”, zegt Rose. Nog voor Snow iets kan zeggen, gaat er eentje pardoes op de neus van Vos zitten. “Vos: niet bewegen!”, beveelt Rose. Vos blijft stokstijf staan. Het andere motje fladdert voorbij en samen vliegen ze even langs Rose en daarna nog even rond Snow. Het lijkt net een bedankje voor de goede zorgen. Raaf fladdert een tijdje met hen mee, tot ze verdwijnen in een zee van wilde bloemen.

Forget-me-not

Het ga jullie goed, kleine motjes!

Liefs,
Snow en Rose

Concept/Art/Story by Debbie Lavreys