Hoofdstuk 1 - Beer, § 9

Lieve dagboek,

Vergeef me dat het even geleden is dat ik je geschreven heb.

Sinds de lente is begonnen en alle dieren in het bos ontwaakt zijn uit hun lange winterslaap, willen Vos, Raaf en Beer steeds vaker de zoete buitenlucht gaan opsnuiven. Ze hunkeren naar de warme zonnestralen.

De zoete geur van de lente

Ik trek vaak met Beer het bos in. Dan rennen we tussen de bomen en snoezelen we te midden van de prachtige bloemen die hier en daar ontluiken. Ik geniet er echt eindeloos van.

De zoete geur van de lente

Wanneer het tijd is om terug naar huis te gaan, zoekt Beer steeds meer smoezen om nog wat langer te kunnen blijven. Er is iets dat hem telkens weer naar het bos, de bomen en het koele water uit de beek doet verlangen.
Misschien – dat hij…

Liefs,
Rose


Voetnoot van Vos:
Ahoooeeeeeeeeeeeeee, het ga je goed Beer, mijn vriend..oeeeeeeeeeeeee

Concept/Art/Story by Debbie Lavreys