Hoofstuk 2 - Vergeet-mij-niet, § 4

“Raaaaaf, waar ben je? Raaaf??” Raaf is weg. Niemand weet waar hij is. Rose is heel het huis aan het doorzoeken, terwijl Vos alle favoriete plekjes van Raaf besnuffeld op zoek naar tips. En Snow,… Snow is volledig ontredderd zonder haar vriend.

De nacht begint te vallen en Raaf is nog steeds nergens te bespeuren. De meiden hopen op wat gekraai vanop het dak, of getik tegen het raam, maar er is alleen maar stilte. Ook de volgende dagen vertoont Raaf zich niet. Vos ligt droevig in een hoekje, en Rose begint zelfs de zwarte veren op het aanrecht in de keuken te missen. “Raaf, waar ben je toch?”

Op een ochtend wordt Snow wakker van luidruchtig gekwetter. De mussen die in de lente hun intrek genomen hadden onder de dakrand, zijn net wakker geworden en zijn bezig een ontbijtje bij elkaar te sprokkelen. Snow strompelt naar buiten; het ochtenddauw voelt koud aan, en het natte gras vormt groene slierten tussen haar tenen, maar dat doet haar niets. Zuchtend laat ze zich vallen in het klamme gras en begint ze te huilen: “Raafje, waar ben je toch”, snikt ze, “Ik mis je zo…”. De musjes kijken met grote ogen naar het triestige tafereel en zijn zo ontdaan dat ze besluiten om Snow te helpen. Ze weten immers dat de grote zwarte vogel die in het huis woont vertrokken is naar het grote water. Ze fladderen naar haar toe, en trekken aan haar nachtkleedje.

Forget-me-not

Snow begrijpt al snel wat de musjes willen duidelijk maken. Ze grabbelt wat kleren en eten bij elkaar en gaat op pad in de richting die de musjes aanwijzen. “Sorry dat ik zo overhaast vertrokken ben”, schrijft ze op een briefje aan Rose en Vos. “Ik ga hem zoeken. Ik denk dat ik weet waar hij naartoe is. Ik breng hem weer thuis!”.

Na een hele dag wandelen, komt Snow aan in een vissersdorpje aan de kust. Ze vraagt wat rond of iemand een grote zwarte vogel heeft gezien, en inderdaad: een schipper heeft zo’n vogel opgevist in het midden van de zee. “Het dier wilde in één keer over de zee vliegen. Van vermoeidheid was hij bijna verdronken. Na wat gerust te hebben op mijn boot heeft hij zijn oversteek de volgende ochtend verder gezet.”, zei de man. “Wat een koppig beest!”, voegde hij er nog aan toe. Toen wist Snow het zeker: de vogel waar de schipper over sprak was Raaf! “Ok… Raaf gaat naar het noorden. Maar waarom?”. Snow beslist om haar intuïtie te volgen en boekt een overtocht om haar gevederde vriend te vinden.

Forget-me-not

Na 2 dagen stappen door bossen en heuvelachtig land, neemt de vermoeidheid toe. “Zal ik hem ooit vinden?”, vraagt ze zich al zuchtend af. Net dan weerklinkt er in de verte gekraai. “Raaf?”. Haar hart bonst in haar keel! “Raaaf!?”. Ze loopt als een gek in de richting van het geluid. “Kwam het gekraai daar vandaan? Ik ben toch niet verkeerd aan het lopen? Het was toch gekraai dat ik hoorde?”. Allerlei vragen spoken door haar hoofd terwijl ze haar benen uit haar lijf loopt… maar uiteindelijk, kan ze niet meer. Ze moet stoppen. Hijgend leunt Snow tegen een boom. Ze voelt zich duizelig… Ze voelt… een zachte zwarte veer tegen haar wang aaien?! “Kraaaa”, fluistert iemand in haar oor. “Kraaaaaaaa!”. “Raaf, ik heb je gevonden!”.

Wordt vervolgd…

Concept/Art/Story by Debbie Lavreys