Hoofstuk 2 - Vergeet-mij-niet, § 7

Bonk, boenk, boem, tok, crash… Wat een gerommel op het dak! Vos en Raaf spurten zo snel mogelijk de trap op richting zolder.

Door het zolderraampje dwarrelt een witte veer naar binnen. Raaf springt op de rand van de vensterbank. Zachtjes dwarrelt een tweede veer door het raam, rakelings langs het kopje van Raaf. Raaf moet niezen: “Hastzjieeee”. Vos waagt zich ook dichter, richt zich op en steekt zijn snuit door het zolderraam. De lucht is gevuld met tientallen witte veertjes. In de dakgoot ziet hij een in elkaar gedoken hoopje, helemaal bedekt met veren.

Forget-me-not

Raaf huppelt het dak op en pikt aarzelend in de vreemde verenbol: “pik… pik pik”. De pluimenbal blijft er onbewogen bij. Raaf probeert nog eens, ditmaal met iets meer animo: “Pik! Pik Pik!!”. Plots begint de bol hevig te sissen en te blazen. Een grote vleugel rekt zich uit en begint hevig om zich heen te flapperen. Raaf schrikt zich een hoedje, rept zich naar het nok van het dak en begint kabaal te maken. De verenbol ontrolt zich, en een zwaan verschijnt.

Snow en Rose zijn ondertussen naar een verre hoek van de tuin gelopen om te kunnen zien wat er gaande is op het dak. “Kijk nou”, zegt Rose, “…er zit een zwaan op het dak”. “Zou het beestje gewond zijn?”, vraagt Snow. De zwaan staat op en wankelt wat in de dakgoot. Vos blaft en geeft het beest een tik met zijn poot. De zwaan tuimelt uit de dakgoot, pal in de struiken. “Aie”, schrikken Snow en Rose in koor. Ze haasten zich naar het dier. “Haar vleugel lijkt wel gewond”, zegt Snow zachtjes. “We zullen haar aan de haard leggen, dan krijgt ze het weer warm”, stelt Rose voor.

Terwijl Snow de vleugel aan het verzorgen is, merkt ze dat de zwaan een tasje draagt. “Rose, het is een post-zwaan!”, giert Snow opgewonden. Iedereen verzamelt zich rond het dier en ze kijken met grote ogen naar de post die Snow uit het tasje haalt. “Ooh, het is een kerstkaartje”, zegt Rose. “Whale you meet me under the mistletoe”, leest Snow voor. De quote is vergezeld van een afbeelding van een walvis en een maretakje. “Wat mooi”, zeggen de meiden in koor. “Voor wie is het kaartje?”, vraagt Rose. Raaf kraait ongeduldig en de staart van Vos beweegt hevig heen en weer. “Het kaartje is voor jou, Rose. Het is van Beer!!”, roept Snow blij. “Oh, wat is het fijn om weer van hem te horen”.

Forget-me-not

“Dan heeft dat arme dier wel een heel verre reis gemaakt”, zegt Rose. “Ach, sukkeltje”, fluistert Snow, terwijl ze de zwaan over haar hals aait, “We zullen heel goed voor je zorgen”. Omringd door alle warmte doet de zwaan opgelucht haar oogjes dicht en geeft zich over aan de goede zorgen van Snow & Rose.

Wordt vervolgd!

Concept/Art/Story by Debbie Lavreys