Hoofstuk 2 - Vergeet-mij-niet, § 8

Er heerst een gezellige kerstdrukte bij Snow en Rose. Snow bakt een taart en Rose zet verse thee. Het huis is gevuld met het zoete aroma van kruiden, honing, abrikozen en amandelen. Vos, Raaf en Zwaan liggen languit voor de haard en kijken af en toe op naar de meiden die druk heen en weer lopen in de keuken. “Heb je de bloem goed gezeefd, en het deeg wel voldoende gekneed?”, zeurt Rose. “Jahaaa zus”, zegt Snow, “Ik heb alles gedaan volgens het recept… Heb jij niet te veel honing in de thee gedaan?”. “Nee Snow, één lepeltje maar, zoals altijd”, antwoordt Rose.

Forget-me-not

Vos wordt er moe van: al geeuwend legt hij zijn poten over z’n snuit. Raaf besluit ook een dutje te doen, en begraaft zijn kopje tussen zijn veren. Net op dat moment strekt Zwaan haar poten uit en waggelt ze naar de keuken. Met heldere kraalogen aanschouwt ze de drukte in de keuken; Snow die ongeduldig door het aangedampte ovenraampje naar de taart staart, Rose die geniepig nog een extra lepel honing door de thee roert, de lichtjes rond de trapleuning en de kaarsjes die her en der op de kasten staan te schitteren,… Zwaan wandelt verder naar het raam en strekt haar hals uit om naar buiten te kijken. Haar zwarte kraaloogjes vertroebelen.

“Och Rose, kijk, ik denk dat Zwaan naar buiten wil”, zegt Snow. “We zullen eerst eens kijken of het verband er al af mag”, zegt Rose. “Kom eens hier Zwaan”. Opgewonden strompelt Zwaan naar de zussen toe en spreidt ze haar gehavende vleugel uit. Rose verwijdert voorzichtig het verband en de meiden kijken geconcentreerd naar de plek van de wonde. “Dat ziet er al stukken beter uit, ik denk niet dat het gebroken is”, zegt Snow. “Dan is het hoogstens wat verstuikt”, oppert Rose. Nu de wikkel van haar vleugel is, probeert Zwaan een vliegbeweging te maken, maar al snel merkt ze dat het daarvoor nog wat te vroeg is. Teleurgesteld laat ze haar kopje hangen…

Forget-me-not

“Niet getreurd Zwaan. Morgen zullen we naar buiten gaan”, zegt Snow opgelaten! Vol hoop richt Zwaan haar sierlijke hals weer op. Haar hartje overspoelt zich met verlangen. “Morgen ga ik lekker baden in de rivier”, denk ze. Haar kraalogen fonkelen weer als nooit tevoren.

Wordt vervolgd!

Concept/Art/Story by Debbie Lavreys