Hoofstuk 2 - Vergeet-mij-niet, § 10

Dagen gaan voorbij. De zussen kunnen hun waggelende vriendin niet meer missen. Maar elke dag wordt Zwaan een beetje sterker en komt het moment dichterbij dat ze terug naar het hoge Noorden zal vertrekken.

Het is al laat op de avond als de meiden hun dagelijkse uitje naar de rivier maken. Het is een vast ritueel geworden: Vos snuffelt nieuwsgierig tussen de planten, Raaf fladdert van boom tot boom en Zwaan dobbert wat rond in de rivier. Snow en Rose kijken geamuseerd toe.

Forget-me-not

Ineens weerklinkt er een schel geluid: “Kraaaaaaaaaaa kraaaa kraaaaaaa”. “Raaf!?”, roept Snow, “Raaf!?”. Rose springt op en speurt op de toppen van haar tenen de boomlijn af. “Daar!”, gilt ze, wijzend naar een hoge boom, “Daar, in de top van die treurwilg!”. Raaf kraait angstig om zich heen: “Kraaa, kraa, kraaaaa, kraa, kraaa,…”. Zijn vleugels flapperen wild heen en weer, maar hij raakt niet weg. “Oh nee, hij zit vast”, jammert Snow. Vos spurt als een jachtluipaard naar de boom toe en springt op de stam. Ondanks alle moeite, het klauteren en het graaien, geraakt hij niet hoger dan een halve meter. “Dit gaat niet lukken”, denkt Vos.

Zwaan was al dommelend aan de overkant van de rivier beland toen de herrie losbarstte. Pijlsnel peddelt ze richting haar vriend in nood en voor ze het goed en wel beseft, stijgt ze boven het wateroppervlak uit. Haar grote witte vleugels strekken zich naast haar uit en gaan sierlijk op en neer. De meiden kijken naar boven. “Zwaan vliegt weer!”, roepen ze in koor. Zwaan cirkelt rond arme Raaf terwijl ze overloopt wat ze het best kan doen om Raaf te redden. Landen is niet mogelijk, aangezien de takjes van de treurwilg te slap zijn, maar wie weet kan een krachtige slag van haar vleugel wel een aantal takjes doen knappen. Zwaan stuift recht op Raaf af. “KRAAAAA!”, brult die, “KRAAAA!”. Op het allerlaatste moment wijkt Zwaan uit en geeft ze een ferme slag tegen de tak waarin Raaf verstrengeld is. De tak breekt en samen met tak en al fladdert Raaf verdwaasd op. Opgelucht landt hij voor de voeten van Snow, die de restjes tak rond zijn pootje verwijdert en hem over zijn kopje aait. “Sukkeltje toch”, fluistert Snow. Uit de rivier weerklinkt een plons: ook Zwaan is veilig geland. Rose rent naar haar toe en geeft haar een welverdiende knuffel.

Moe van het avontuur keert het gezelschap terug naar huis. Zwaan volgt aarzelend. Ze nestelt zich niet voor de haard zoals alle andere keren, maar zet zich nabij het raam om zo nu en dan haar hals te rekken en naar buiten te staren. Vos en Raaf laten de warmte van de haard ook voor wat het is, en kruipen tegen de zachte veren van Zwaan aan. Door het raam fonkelen duizenden sterren, maar de kraaloogjes van Zwaan fonkelen nog het meest.

Forget-me-not

Zwaan is stil de volgende ochtend, en de meiden beseffen dat de tijd gekomen is. Zwaan waggelt naar de voordeur… Met een krop in de keel zegt Rose: “Hier is je postzakje nog, Zwaan. Het was gescheurd, maar ik heb het hersteld”. Ze hangt het zakje rond Zwaan. Snow stopt er iets in: “Deze is voor jou, lieve Zwaan”. Zwaan draait haar kopje naar het tasje, duwt het flapje opzij en bekijkt het kaartje van Snow: “You are so Swanderful” staat er op geschreven. “We gaan jou vreselijk hard missen…”, zegt Snow, terwijl ze deur opendoet. Zwaan strekt haar grote witte vleugels uit en legt ze nog een laatste keer over haar nieuwe vrienden. Daarna draait ze zich om en vliegt ze de verte in…

Concept/Art/Story by Debbie Lavreys